Blog

Participeren als tegenprestatie voor het verkrijgen van een uitkering.

De omslag.

Nadat de laatste jaren reintegratie als speerpunt van het beleid van het sociaal vangnet gold is nu de aandacht aan het verschuiven naar participatie van uitkeringsgerechtigden. De discussie wordt gevoed door het gewijzigde maatschappijbeeld, waarbij wederkerigheid ten opzichte van het verkrijgen van een uitkering als opvatting gemeen goed is geworden. Daarbij is het klantbeeld van het vangnet van de sociale zekerheid aan het veranderen. Immers de slagroom is onparlementair gezegd uit de bestanden verdwenen en het werkelijke reintegreren en participeren van uitkeringsgerechtigden kan beginnen. Met name de gemeenten zijn de afgelopen jaren succesvol geweest met het terugdringen van de omvang van het cliëntenbestand van bijstandsgerechtigden. De vraag kan hierbij overigens worden gesteld of de teruggang te danken is aan de gewijzigde uitvoering van de bijstandswet onder de WWB of dat het handhavingsbeleid als het succes moet worden aangewezen. Betrouwbare onderzoeken die een verklaring voor de daling geven zijn niet voorhanden. Ik ben zelf de mening toegedaan dat een samenspel van factoren er voor heeft zorggedragen dat de bijstandspopulatie is gedaald. Strenger aan de poort, het tegengaan van sjoemelen met de uitkering en meer aandacht voor de talenten bijstandsgerechtigden bij een economische opgang heeft naar mijn mening aan de daling bijgedragen. Nu het klantenbestand een ander profiel heeft gekregen ten opzichte van de afgelopen jaren is de vraag aan de orde op welke wijze de reintegratie vorm dient te worden gegeven. Illustratief voor het zich wijzigende klantbeeld is hetgeen in de Divosa monitor van 2007 is weergegeven met betrekking tot de opbouw van cliëntenbestanden in de Wwb. Van de 300.00 uitkeringsgerechtigden in 2007 hadden ongeveer 66% een beperking om deel te kunnen nemen aan het arbeidsproces. De beperkingen waren veelal gelegen in de psychisch en medische sfeer, evenals in het verzorgen en de leeftijd van de betrokkenen. De daling van het aantal bijstandsgerechtigden zal naar mijn stellige overtuiging de komende jaren dan ook afvlakken. Reintegreren wordt een kwestie van lange adem, maximale inzet van de creativiteit en inventiviteit van de uitvoeringsinstanties en een optimale inzet van de uitkeringsgerechtigde om weer gemotiveerd terug te keren naar de arbeidsmarkt zullen de ingrediënten voor een succesvolle matching kunnen zijn. Reintegreren is meer dan alleen solliciteren of het verbinden van aanbod en vraag . De werkelijkheid zal de komende jaren weerbarstiger blijken, omdat het aanbod en de vraag door de hier geschetste indicatoren niet altijd op elkaar zullen aansluiten. Moeten we daarom genoegen nemen met een minder resultaat voor het reintegratiebeleid . Naar mijn mening niet, maar de doelstellingen dienen echter wel realistisch te zijn en niet alleen gebaseerd te zijn politiek populisme. Een gewijzigd klantenprofiel van het vangnet van de sociale zekerheid vergt ook andere doelstellingen. Daarom zal de verschuiving van de aandacht van reintegratie naar participatie ook noodzakelijk zijn.

De boodschap van participatie.

Participeren betekent deelnemen. Het onderdeel uitmaken van een samenleving is noodzakelijk voor het welbevinden van ingezetenen. Voorkomen moet worden dat burgers in een sociaal isolement geraken en daardoor het perspectief van het leven verliezen. Daarom moet er alles aan worden gedaan om burgers te laten participeren aan een samenleving waarvan zij deel uitmaken. Voor een aantal van hen zal participeren niet kunnen betekenen het verrichten van arbeid op de reguliere arbeidsmarkt. De belemmeringen om op de reguliere arbeidsmarkt te participeren kunnen gelegen zijn in fysieke, psychische of sociale oorzaken van de uitkeringsgerechtigde. Het is dan ook onzin om er van uit te gaan dat een ieder die een uitkering ontvangt kan deelnemen aan de arbeidsmarkt. Het is nog onzinniger om voor een dergelijk beleid geld uit te geven. De kosten en de baten voor reintegratiebeleid zullen hierdoor een wanverhouding laten zien. Veel geld uitgeven aan onrealistische doelstellingen frustreert in hoge mate het draagvlak van de sociale zekerheid. Zij die niet kunnen reintegreren kunnen wellicht wel participeren. Het deelnemen kan daarbij ook een maatschappelijke waarde vertegenwoordigen voor zowel de betrokkene zelf als de maatschappij. Heeft de maatschappij het recht om een tegenprestatie in de vorm van participatie te vragen bij het verkrijgen van een uitkering. Ik vind van wel, immers wat is er mis met wederkerigheid bij het verkrijgen van een uitkering. Daar waar het voor de betrokkene mogelijk is dient een ieder te worden aangesproken om zijn of haar verantwoordelijkheid ten opzichte van de samenleving waarvan men deel uitmaakt waar te maken. De zienswijze van het invullen van wederkerigheid bij het verkrijgen van een uitkering is niet nieuw in de sociale zekerheid. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht naar de Jeugdwerkgarantiewet uit de vorige eeuw, waarbij jongeren werden verplicht in het kader van het verkrijgen van een uitkering werkzaamheden te verrichten. Wanneer de participatie ook nog kan leiden tot reintegratie zal het uiteindelijke doel kunnen worden gerealiseerd, nl. dat de betrokkene zelfredzaam is geworden en niet meer afhankelijk is van een uitkering.

Maar voor hen waarvoor het uiteindelijke doel, om zelfredzaam te worden, onrealistisch is, moet participatie toch als een verplichting worden gezien. Immers een bijdrage aan de samenleving van een uitkeringsgerechtigde mag verlangd worden, omdat ook de maatschappij het verstrekken van een noodzakelijke uitkering aan de uitkeringsgerechtigde als een verplichting ziet.

Op welke wijze dient participatie vorm te worden gegeven.

Wanneer we ons beperken tot het vangnet van de sociale zekerheid, dan wordt er geen onderscheid gemaakt tussen hen die middels werk in het levensonderhoud kunnen voorzien en hen die door buiten hun schuld liggende oorzaken die mogelijkheid niet hebben. De uitvoering van het vangnet is daardoor geheel gericht op mensen met arbeidspotentieel. Sterker nog er wordt van uit gegaan dat iedere uitkeringsgerechtigde arbeidspotentieel heeft. Door dit uitgangspunt te hanteren wordt er naar alle waarschijnlijkheid veel reintegratiegeld vermorst door het besteden aan trajecten, producten en middelen die redelijkerwijs geen resultaat zullen opleveren. De basis van het inzetten van reintegratie en participatiegelden dient gelegen te zijn in een goede diagnose van uitkeringsbestand. Zij die geen arbeidsmogelijkheden meer hebben en die deze ook redelijkerwijs niet meer zullen verkrijgen moeten niet meer lastig gevallen worden met reintegratietrajecten die veel geld kosten en geen resultaat zullen opleveren. Uitkeringsgerechtigden die nog wel mogelijkheden hebben moeten worden begeleid en gemotiveerd om zo snel mogelijk weer zelfredzaam te zijn middels het verrichten van arbeid. Zij die geen mogelijkheden hebben om terug te keren naar de arbeidsmarkt om redenen van sociale , fysieke aard of leeftijd dienen te worden verplicht om participatiebanen in te vullen .

De voorwaarden bij de inzet van participatiebanen zijn dat deze banen maatschappelijke relevantie hebben en dat de banen geen verdringing veroorzaken ten opzichte van reguliere banen.

Uiteindelijk zullen we in de sociale zekerheid de discussie moeten voeren of het reëel is om in het vangnet geen onderscheid te maken tussen zij die beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en zij die noodzakelijkerwijs een beroep op een uitkering moet doen. De samenstelling van het huidige uitkeringsbestand van het vangnet van de sociale zekerheid heeft zeker nog potentie om te participeren op de arbeidsmarkt. Echter het is reëel om te onderkennen dat een gedeelte van het bestand wellicht nooit meer kan terugkeren naar de arbeidsmarkt. Voor die cliënten kan participatie al dan niet in samenhang met een zorgpakket uitkomst bieden. Waarbij vrijblijvendheid voor de uitkeringsgerechtigde geen optie is.

Ray Geerling, Adviseur sociale zekerheid

 .